Studenten maken kennis met Duits en Nederlands op de basisschool

Donderdag 17 maart was een groep derdejaars studenten van de opleiding Onderwijsassistent op bezoek bij basisscholen in Kotten (Nederland) en Oeding (Duitsland). De studenten van de Groenlose vestiging van het Graafschap College deden dit in het kader van een tienweeks project waarin zij in allerlei workshops en opdrachten kennismaken met de Duitse buren en hun onderwijssysteem. Op de basisschool in Kotten wordt vanaf groep 1 namelijk al lesgegeven in Duits, in Oeding staan op de Grundschule lessen Nederlands op het programma. Dat gebeurt met behulp van onder andere een praatpop, ‘Elena’.

Piet Kraaijeveld, stagecoördinator bij het Graafschap College Groenlo: “Het project Duits loopt op deze basisscholen al een tijdje en wordt gedragen door Connie Grevers, voormalig directeur van OBS Kotten en nu directeur van de Schakel in Winterswijk. Zij is de landelijke aanjager van dit project en wil de studenten graag meenemen in deze nieuwe manier van werken. Als Graafschap College hebben we de overtuiging dat we meer met onze buren in de Euregio moeten gaan doen omdat er zowel op het gebied van stages als werk kansen kunnen liggen voor onze studenten. Dit kijkje over de grens is een mooie aanvulling op ons programma.”

Door de ‘deur’ naar Duitsland

In Kotten gaat basisschoollerares Emeline Hoitink met haar kinderen ‘letterlijk’ door de deur naar Duitsland. Dat is meteen het antwoord op een vraag van een van de studenten: “Hoe zorg je dat de talen niet door elkaar gaan lopen voor de kinderen. “We hebben een kozijn, met Nederlandse en Duitse vlag, waar we met de klas doorheen stappen. Kinderen weten dan dat we in het Duits gaan praten. We geven allemaal aan onze eigen klassen Duits, hebben daar ook een certificaat van het Goethe-Institut voor gehaald. Met de collega’s bepalen we de thema’s die we in een bepaalde periode gaan behandelen. Dat is bijvoorbeeld ‘Ik en school’ of ‘Ik en mijn familie’. Samen met ‘praatpop Elena’ werken we dan aan de bijbehorende vocabulaire, doen spelletjes en lezen verhalen voor.”

‘Echte spreektaal’

Duitsland is voor de kinderen in Kotten echt naast de deur, ze komen dus al veel in contact met de taal: “Ik heb een meisje in de klas waarvan de ouders een camping runnen. Zij ontmoet daar veel Duitse leeftijdgenoten en spreekt daardoor prima Duits, misschien wel beter dan ik,” zo lacht de juf. “We werken ook regelmatig met native-speakers Duits, om te waarborgen dat de kinderen in aanraking komen met de ‘echte’ klanken en ‘echte’ spreektaal. We nemen trouwens ook de ouders in het project mee. Verder organiseren we regelmatig uitstapjes over en weer, we hebben samen met de kinderen uit Oeding hier bijvoorbeeld pepernoten gebakken.”

Actief meedoen

Aan de Duitse kant, bij de ‘von Galen Grundschule’ in Oeding bezoeken de studenten deze ochtend een les van Nederlandse ‘gastjuf’ Paulien Westerdiep: “Eerste doel is basiscommunicatie, luisteren en spreken, vooral voor de onderbouw. In de bovenbouw, waar ik normaalgesproken lesgeef, gaan we ook aan het werk met woordbeeld en lidwoorden. Dit is een groep met jonge kinderen, vandaag gaan we op ‘Berenjacht’. Ik lees een verhaal voor, met veel herhaling en beweging zodat de groep actief mee kan doen.” Het Duitse onderwijssysteem werkt ander dan het Nederlandse: “Het kleuteronderwijs is hier niet verplicht, kinderen komen in het eerste jaar van de Grundschule dan ook met grotere verschillen binnen. Sommige komen uit een taalarme situatie en hebben het een en ander in te halen. Maar er wordt nog niet veel gedifferentieerd, hoewel men wel aan het experimenteren is met ‘Lernstunden’ om goede leerlingen een uitdaging te geven.”

Mix van Duits en Nederlands systeem

Het valt de studenten ook op dat er geen digibord in de klas hangt: “Ook dat is anders dan in Nederland, Duitse scholen zijn minder ver met digitale ondersteuning. Er wordt veel gewerkt met opdrachten waar leerlingen zelf moeten formuleren. Er wordt veel geschreven hier.” Studenten zien daar ook de voordelen wel van: “Op zich is dat niet verkeerd, misschien is er wel wat te zeggen voor een mix van het Duitse systeem en het onze.” Paulien Westerdiep ziet nog een ander leerpunt voor het Nederlandse onderwijs: “Wij zijn erg van de toetsen. Alles wordt met grote regelmaat in allerlei leerlingvolgsystemen vastgelegd. Hier heeft men alleen een spellingstoets, er wordt op de basisschool ook niet gescreend op dyslexie. Dat gebeurt pas later op het voortgezet onderwijs. Het zou interessant zijn om uit te zoeken hoe dat op termijn werkt.”

‘Echt in je ogen’

Aan het einde van de voorleesles doen de Duitse leerlingen nog even een voorstelrondje, in het Nederlands. De ervaringen op de Duitse school maken indruk op de onderwijsassistenten. “Ze zijn erg rustig, bijna verlegen. Er wordt tijdens het voorlezen niet met elkaar gepraat. In Nederland zou je toch een aantal kinderen ‘bij de les’ moeten houden. Je voelt dat er meer structuur is dan bij ons,” is de eerste reactie van de groep. “Maar misschien komt het ook een beetje omdat wij op bezoek waren. Ze kijken je ook allemaal aan als je met hen spreekt, echt in je ogen,” vertelt studente Merve Özdemir lachend. Over de vraag of ze in Duitsland wil werken hoeft ze niet lang na te denken. “Ja, lijkt me leuk. Ik zou de leerlingen zo wel mee willen nemen!”