Ziekteverzuim

Duur ziekteverzuim en meldingsfrequentie*

In 2016 was het gemiddelde ziekteverzuimpercentage 4,22%. Er waren 994 ziekmeldingen. Medewerkers waren gemiddeld 16 dagen ziek en de meldingsfrequentie, het aantal keren dat een medewerker zich ziekmeldt, was in 2016 0,92.

Duur ziekteverzuim
2013 2014 2015 2016
Kort (1-7 dagen) 0,72% 0,66% 0,78% 0,79%
Middellang (8-42 dagen) 0,86% 0,64% 0,70% 0,63%
Lang (> 42 dagen) 1,89% 2,63% 2,90% 2,80%
Gemiddeld 3,47% 3,93% 4,38% 4,22%

 

Meldingsfrequentie
2013 2014 2015 2016
0,93 0,81 0,90 0,92

*de genoemde verzuimpercentages en -cijfers hebben betrekking op de medewerkers van de stichingen BVE en STAP

In de ‘Verzuimanalyse Graafschap College 2015’ was een aantal doelen geformuleerd voor 2016, namelijk op 31 december 2016:

  • is het ziekteverzuimpercentage onder de 4%;
  • is de verzuimduur gemiddeld maximaal 10 dagen;
  • is de meldingsfrequentie gelijk aan of lager dan 0,8;
  • is het langdurig verzuim teruggedrongen.

Op basis van de verzuimcijfers kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

  • Het gemiddelde verzuimpercentage is in 2016 (4,22%), ten opzichte van 2015 (4,29%), nagenoeg gelijk gebleven. Het Graafschap College handhaaft een relatief laag verzuimpercentage, maar heeft het gestelde doel van een verzuimpercentage onder de 4% net niet behaald.
  • Het doel om een gemiddelde verzuimduur van gemiddeld maximaal 10 dagen te realiseren, is niet behaald en met 16 dagen licht gestegen ten opzichte van het vorige verslagjaar (15 dagen).
  • De meldingsfrequentie is in 2016 (0,92), ten opzichte van 2015 (0,87) licht gestegen.
  • Het percentage langdurig verzuim is in 2016 (2,80%), ten opzichte van 2015 (2,90%) nagenoeg gelijk gebleven. Daarmee is het doel om langdurig verzuim terug te dringen niet behaald. De oorzaken hiervoor lopen uiteen en zijn per sector verschillend.

Op basis van de verzuimanalyse 2016 worden, in nauw overleg met de bedrijfsarts en de bedrijfspsycholoog, voor 2017 aanbevelingen en vervolgacties geformuleerd. Deze aanbevelingen en vervolgacties moeten zorgen voor een preventieve en proactieve verzuimbegeleiding.