Continuïteitsparagraaf

Op dit deel van de website wordt inzicht gegeven in de belangrijkste ontwikkelingen voor de komende jaren. Deze ontwikkelingen zijn vertaald in een meerjarenbegroting. De meerjarenbegroting 2017-2021 is ontleend aan de planning & control cyclus. De (geactualiseerde) meerjarenbegroting is begin juni 2017 besproken met de auditcommissie van de raad van toezicht.

Deelnemersgegevens

Op basis van de meerjarendeelnemersprognose dient voor de komende jaren rekening te worden gehouden met een daling van het aantal deelnemers in het beroepsonderwijs. Zoals uit onderstaande tabel blijkt zal het aantal deelnemers vanaf 2020 naar verwachting sterker afnemen. Hier staat tegenover dat het landelijk aantal deelnemers de komende jaren nog iets zal toenemen om vanaf het jaar 2020 eveneens te gaan dalen.

Aantal deelnemers mbo Graafschap College (peildatum 1 oktober)
definitief prognose prognose prognose prognose prognose
2016 2017 2018 2019 2020 2021
bol voltijd 6.697 6.571 6.576 6.550 6.475 6.314
bbl 1.640 1.725 1.692 1.682 1.658 1.639
totaal aantal deelnemers 8.337 8.296 8.268 8.232 8.133 7.953
totaal aantal gewogen deelnemers 7.353 7.261 7.253 7.223 7.138 6.970

Aandeel bekostiging OCW

Voor het Graafschap College is het aandeel in het landelijk exploitatiebudget voor het bekostigingsjaar 2017 1,83% en daarmee vrijwel gelijk aan het jaar 2016. Op basis van een eerste terugkoppeling van het Ministerie van OCW van het aantal deelnemers per 1 oktober 2016 is de verwachting dat het aandeel in de landelijke deelnemerswaarde voor het bekostigingsjaar 2018 ruim 1,79% zal zijn. Op basis van de verwachte ontwikkeling van de deelnemersaantallen van het Graafschap College afgezet tegen het landelijk aantal deelnemers op grond van de referentieraming wordt voor de  komende jaren rekening gehouden met een verdere afname van het (markt)aandeel in het mbo.

Het aandeel vavo leerlingen zal op grond van de voorlopige terugkoppeling van het Ministerie van OCW over het jaar 2016 voor het bekostigingsjaar 2018 circa 1,85% zijn. Dit is een afname ten opzichte van de jaren 2016 en 2017 met een aandeel van bijna 2,1%. Ook voor het vavo wordt voor de komende jaren rekening gehouden met verdere afname.

Aandeel Graafschap College in landelijke bekostiging
defintief prognose prognose prognose prognose
2017 2018 2019 2020 2021
Aandeel in exploitatievergoeding mbo 1,83% 1,79% 1,78% 1,76% 1,75%
Aandeel in exploitatievergoeding vavo 2,08% 1,85% 1,78% 1,76% 1,75%
Aandeel bekostiging OCW (mbo + vavo) 1,84% 1,80% 1,78% 1,76% 1,75%

Personeelsgegevens

De totale baten van de Graafschap Groep (Stichting BVE geconsolideerd) bedragen ongeveer € 75 miljoen. Circa 90% hiervan zijn structurele beschikbare middelen en bestaan uit normatieve rijksbijdrage OCW, kwaliteitsafspraken mbo en overige subsidies OCW.

Het aantal studenten van het Graafschap College heeft normaliter direct invloed op het aantal medewerkers in het primaire proces (onderwijzend personeel) en indirect op de omvang van het ondersteunend en beheerspersoneel. Niettemin vormen de beschikbare middelen en daarvan afgeleid de beschikbare formatiebudgetten grotendeels de omvang van het personeelsbestand.

In de begroting voor het jaar 2016 was per 1 augustus, aanvang van het nieuwe schooljaar en formatieplan, rekening gehouden met een afname van de formatie van circa 33 fte. Gedurende de periode januari tot en met juli 2016 is de formatie vrijwel gelijk gehouden aan dat van de periode augustus tot en met december 2015, conform het formatieplan 2015-2016.

Vanuit (strategische) personeelsplanning gezien is een daling van het aantal personeelsleden per 1 augustus 2016 van 33 fte niet verstandig en wenselijk te noemen. Het college van bestuur is de sectoren dan ook tegemoet gekomen met een overgangsbudget gedurende een periode van 24 maanden, ingaande 1 augustus 2016 en eindigend derhalve op 31 juli 2018. Voor het schooljaar 2016-2017 is een overgangsbudget toegekend voor 20 fte en voor het schooljaar 2017-2018 10 fte. De sectoren hebben hierbij de opdracht gekregen om de omvang van de formatie per 1 augustus
2018 weer passend te maken binnen een sluitende (sector)begroting.

Voor de jaren 2018 tot en met 2021 moet rekening worden gehouden met een korting op het macrobudget van circa € 80 miljoen tot € 100 miljoen. Deze bezuiniging wordt grotendeels veroorzaakt door enerzijds de verdere oploop van de taakstelling ‘macrodoelmatigheid in het mbo’ en anderzijds een taakstelling op de OCW-begroting. Daarnaast zal het aandeel van het Graafschap College in de landelijke deelnemerswaarde naar verwachting dalen van circa 1,83% in 2017 naar ongeveer 1,75 in 2021. Dit betekent een daling van het beschikbare bedrag aan rijksbijdragen van bijna
€ 6,0 miljoen in vier jaar.

Rekening houdend met een formatiebudget van ongeveer 75% van de totale baten zal er in de jaren 2018 tot en met 2021 circa € 4,5 miljoen bezuinigd moeten worden op personele lasten, wat neerkomt op ongeveer 60 fte.

Doordat de huisvestingslasten en de afschrijvingen op gebouwen en inventaris op korte termijn niet substantieel zullen afnemen, zal er in de eerstkomende jaren met name bezuinigd moeten worden op personele lasten.

Gemiddeld aantal medewerkers Graafschap College (Stichting BVE en Stichting STAP) in fte
Realisatie Begroting Prognose Prognose Prognose Prognose
  2016 2017 2018 2019 2020 2021
Management / Directie 38 37 37 37 37 37
Onderwijzend personeel 517 491 483 483 483 483
Overige medewerkers 173 182 181 181 181 181
Formatieruimte 2017 6
Overgangsbudget -4 -10 -10 -10
Bezuinigingsopdracht -7 -21 -30 -38
Totaal 728 716 690 670 661 653

Meerjarenbegroting

Hierna is de geconsolideerde balans en de geconsolideerde staat / raming van baten en lasten tot en met het jaar 2021 opgenomen. De gegevens zijn ontleend aan de geconsolideerde meerjarenbegroting 2017 – 2021 van Stichting BVE Oost-Gelderland. De meerjarenbegroting is in het voorjaar van 2017 geactualiseerd.

Toelichting geconsolideerde balans 2016 – 2021

Huisvestingsbeleid

Momenteel is een nieuw meerjarenhuisvestingsplan in ontwikkeling. Op basis van het huidige plan, dat in oktober 2008 is opgesteld en jaarlijks is geactualiseerd, zijn in de afgelopen jaren een aantal uitbreidingsinvesteringen in huisvesting gerealiseerd. De grootste investering hiervan betreft de nieuwbouw van het schoolgebouw aan de Maria Montessoristraat te Doetinchem met een totale investering van circa € 16,8 miljoen. Daarnaast is geïnvesteerd in de hoofdlocatie aan de Slingelaan te Doetinchem voor in totaal circa 5,9 miljoen.

Een groot bouwtraject met oplevering in 2018 betreft de bouw van onderwijsruimte nabij Sportpark Zuid en de nieuwe tophal met in totaal circa 4.600 m2 bruto vloeroppervlakte en een investering van bijna € 12,0 miljoen. De oplevering is gepland op 1 juli 2018. Per 1 augustus 2018 zal de huurovereenkomst voor het gebouw aan de Houtmolenstraat 9 te Doetinchem en voor de panden Grutbroek 15 en Grutboek 17 te Doetinchem worden opgezegd. De afschrijvingslasten van het nieuwe pand op Sportpark Zuid, van circa € 550.000 per jaar zullen naar verwachting vrijwel gelijk zijn aan de lasten van panden waarvan de huur wordt opgezegd.

Financieringsstructuur

De verschillende vermogensonderdelen binnen de geconsolideerde balans zijn grotendeels gefinancierd met eigen vermogen en voor een deel (lening van € 9,0 miljoen) met vreemd vermogen. De Stichting BVE Oost-Gelderland beschikt ultimo 2016 over een saldo aan liquide middelen van bijna € 39,2 miljoen. Deze liquide middelen zijn ruimschoots voldoende om het toekomstige grote bouwproject, zoals beschreven onder huisvestingsbeleid, te kunnen financieren zonder vreemd vermogen aan te hoeven trekken. De lening van € 9,0 miljoen wordt, conform de leningsvoorwaarden, voor de helft in 2018 en voor de andere helft in 2023 afgelost.

Mutaties van reserves en voorzieningen

De komende jaren worden er nauwelijks mutaties verwacht in de algemene reserves en in de bestemmingsreserves doordat er voor de komende jaren een nettoresultaat is geraamd van ongeveer nihil. Er zijn daarnaast geen concrete voornemens om een toevoeging dan wel een onttrekking te doen aan de bestemmingsreserve (publiek). Voor de komende jaren worden er, in lijn met de afgelopen jaren, nauwelijks mutaties verwacht in de voorzieningen.

Toelichting geconsolideerde staat / raming van baten en lasten 2016 – 2021

Budgettair kader normatieve rijksbijdrage (macrobudget)

 

In de tabel is op grond van de Rijksbegroting 2017 en informatie van de MBO Raad het macrobudget voor mbo-instellingen voor de jaren 2017 tot en met 2021 opgenomen.

Vanaf het jaar 2015 is er sprake van één macrobudget exploitatie en huisvesting onderverdeeld in een budget voor entreeopleidingen (niveau 1) en een budget voor opleidingen op niveau 2 – 4.

Voor de jaren 2018 tot en met 2021 moet rekening worden gehouden met een korting op het macrobudget van circa € 23 miljoen in 2018 en ongeveer 50 miljoen in de jaren daarna. Deze bezuiniging wordt grotendeels veroorzaakt door de verdere oploop van enerzijds de taakstelling ‘macrodoelmatigheid in het mbo’ en anderzijds de taakstelling ‘verkorten van opleidingen’. De korting wordt enigszins gedempt door een verwachte aanpassing van het macrobudget op basis van de toename van het landelijk aantal leerlingen in het mbo op grond van de referentieraming.

Daarnaast moet voor de komende jaren rekening worden gehouden met een taakstelling op de OCW-begroting van € 467 miljoen in 2018 en aflopend naar € 338 miljoen in 2021. Ook voor 2017 stond er een op de begroting van OCW een centraal geparkeerde taakstelling van € 150 miljoen. Uit de voorjaarsnota 2017 blijkt dat deze taakstelling voor 2017 is komen te vervallen. Van deze taakstelling komt circa 12,5% voor rekening van de mbo-sector.

Met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel ‘Passend onderwijs’ per 1 augustus 2014 is de indicatiestelling voor leerlinggebonden financiering (LGF) afgeschaft. De vergoeding voor passend onderwijs valt vanaf dat moment onder de normatieve rijksbijdrage OCW onder de naam gehandicaptenbeleid.

Na een periode van min of meer stabilisatie van het aantal deelnemers en daarmee van het aandeel in de landelijke deelnemerswaarde is de verwachting dat het aandeel in de landelijke deelnemerswaarde en diplomawaarde in de komende jaren zal dalen van 1,83% in 2017 naar circa 1,75% in 2021.

Regeling kwaliteitsafspraken mbo

Met ingang van het jaar 2015 is de regeling kwaliteitsafspraken mbo van toepassing voor onderwijsinstellingen in het mbo. Voor 2015 tot met 2018 is voor de onderwijsinstellingen in het mbo (inclusief agrarisch onderwijs) jaarlijks circa € 180 miljoen beschikbaar voor het investeringsbudget, waarvan € 24 miljoen voor het stimuleren van excellentie.

Naast een resultaatafhankelijke beloning voor voortijdig schoolverlaten worden vanaf 2016 onderwijsinstellingen die goede resultaten laten zien op het gebied van studiewaarde beloond. Vanaf 2017 worden verbeteringen van de kwaliteit van de beroepspraktijkvorming (bpv) beloond voor die mbo-instellingen die er in slagen de in hun verbeterplan bpv beoogde verbeteringen van de resultaten daadwerkelijk te realiseren. Vanaf 2017 zou er in totaal een prestatieafhankelijk budget beschikbaar zijn van ruim € 210 miljoen. Op dit bedrag is echter een korting van € 16 miljoen toegepast voor de
bijdrage die de mbo-instellingen moeten doen aan de centrale taakstelling OCW (bezuiniging) van in totaal € 94 miljoen voor alle onderwijssectoren. In totaal is vanaf het begrotingsjaar 2017 een bedrag van circa € 200 miljoen beschikbaar als prestatieafhankelijk budget.

In verband met de aanzienlijk ruimere normatieve rijksbijdrage in 2015 in vergelijking met de voorgaande jaren is van het beschikbare investeringsbudget kwaliteitsafspraken in 2015 slechts de helft aan de sectorbegrotingen toegekend. Van het niet ingezette bedrag in de begroting 2015 is in de begroting van 2016 een extra bedrag van € 520.000 toegekend onder de noemer ‘Impuls kwaliteitsafspraken’ om de forse daling van de rijksbijdrage in 2016 enigszins te compenseren. Voor 2017 is dit bedrag vastgesteld op € 400.000. Voor de prognose voor 2018 tot en met 2020 is het resterende bedrag aan nog in te zetten kwaliteitsgelden opgenomen waarmee tevens de taakstelling OCW-begroting enigszins wordt afgetopt.

Van het (variabele) prestatieafhankelijk budget is voorzichtigheidshalve 50% van het maximaal beschikbare bedrag opgenomen.

Voor het jaar 2016 is in de begroting rekening gehouden met een bedrag voor studiewaarde van circa € 0,9 miljoen. Op basis van de terugkoppeling van het Ministerie van OCW is het definitief te ontvangen bedrag over 2016 ruim € 2,2 miljoen. Om de forse stijging van de loonkosten in 2017 (gedeeltelijk) te compenseren is besloten een bedrag van € 1,0 miljoen aan studiewaarde uit het jaar 2016 door te schuiven naar het begrotingsjaar 2017. Ook voor de
prognose voor de jaren 2018 tot en met 2021 wordt rekening gehouden met een ‘Impuls kwaliteitsafspraken’ van € 1,0 miljoen.

Contractactiviteiten

Het aandeel van de contractactiviteiten (baten werk in opdracht van derden) bedraagt op basis van de begroting 2017 circa 4,5% van de totale baten. Voor de komende jaren is rekening gehouden met een daling naar circa 4% aan private activiteiten. De verwachting is dat het aantal inburgeringscontracten, in 2017 meer dan helft van de private activiteiten, zal afnemen.

Personele bezetting

Zoals onder ‘personeelsgegevens’ aangegeven zal de personele inzet de komende jaren moeten afnemen, in lijn met de daling van de rijksbijdragen.

Voor de jaren 2018 tot en met 2021 moet rekening worden gehouden met een korting op het macrobudget van circa € 75 miljoen tot € 100 miljoen. Deze bezuiniging wordt grotendeels veroorzaakt door enerzijds de verdere oploop van de taakstelling ‘macrodoelmatigheid in het mbo’ en anderzijds een taakstelling op de OCW-begroting. Daarnaast zal het aandeel van het Graafschap College in de landelijke deelnemerswaarde naar verwachting dalen van circa 1,83% in 2017 naar ongeveer 1,75 in 2021. Dit betekent een daling van het beschikbare bedrag aan rijksbijdragen van bijna
€ 6,0 miljoen in vier jaar.

Rekening houdend met een formatiebudget van ongeveer 75% van de totale baten zal er in de jaren 2018 tot en met 2021 circa € 4,5 miljoen bezuinigd moeten worden op personele lasten, wat neerkomt op ongeveer 60 fte.

Doordat de huisvestingslasten en de afschrijvingen op gebouwen en inventaris op korte termijn niet substantieel zullen afnemen, zal er in de eerstkomende jaren met name bezuinigd moeten worden op personele lasten.

Huisvesting

Bij de toelichting op (geconsolideerde) balans 2016 – 2021 zijn de voorgenomen majeure bouwprojecten en de financiering daarvan nader toegelicht.

Met name het bouwtraject nabij Sportpark Zuid betreft een verschuiving van gehuurde huisvesting naar huisvesting in eigendom. Ondanks deze overgang is het aandeel huisvesting in gehuurde panden nog steeds voldoende om ingeval van teruglopende baten (gehuurde) panden af te kunnen stoten. Zo kan worden voorkomen dat het Graafschap College in een situatie terecht komt van (langlopende) huisvestingsverplichtingen zonder structurele financiële dekking.

Intern risicobeheersings- en controlesysteem

Het interne risicobeheersings- en controlesysteem moet onder andere de realisatie van doelstellingen bewaken, de financiële verslaggeving betrouwbaar doen zijn en wet- en regelgeving doen naleven. Het college van bestuur is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitbouw van dit systeem en voor de beoordeling van de effectiviteit er van. Het college van bestuur onderkent het belang van een goede opzet en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem.

Onderdelen van het interne risicobeheersings- en controlesysteem zijn momenteel:

  • De planning- en control cyclus:
    De concretisering van en operationalisering van met name de strategische doelen wordt jaarlijks uitgewerkt in de kaderbrief, waarin de strategische keuzes worden omgezet naar te bereiken resultaten per jaar en waarmee het college van bestuur de kaders aangeeft voor de jaarlijkse begrotingen. Door middel van kwartaalrapportages vindt monitoring en evaluatie van de resultaten plaats. Daarnaast is de meerjarenbegroting, opgesteld voor een periode van 5 jaar en jaarlijks geactualiseerd, inmiddels structureel ingebed in de planning & control cyclus. Naast het
    strategisch beleid vormen onder andere de meerjarendeelnemersprognose, het meerjarenformatieplan en het meerjarenhuisvestingsplan input voor de meerjarenbegroting.
  • Interne controle van bekostigingsgegevens:
    De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage. Het is daarom belangrijk dat de juistheid van de bekostigingsgegevens wordt vastgesteld. Jaarlijks vindt er vanuit de sector Bedrijfsvoering een (interne) controle plaats op de deelnemers- en diplomagegevens aan de hand van een representatieve steekproef. Basis voor de te controleren items vormt het onderwijsprotocol OCW/EZ.
  • Het interne risicobeheersings- en controlesysteem wordt door de instellingsaccountant gecontroleerd en deze
    rapporteert over zijn bevindingen in:

    • Managementletter tussentijdse controle accountant:
      Via de managementletter rapporteert de accountant over de bevindingen en mogelijke verbeterpunten in de bedrijfsvoering en processen die zij hebben onderzocht en van belang achten voor het management, met als doel een bijdrage te leveren aan het zelf controlerend vermogen van het Graafschap College.
    • Verslag accountantscontrole:
      Via het accountantsverslag rapporteert de accountant omtrent de uitkomsten van de accountantscontrole van de (geconsolideerde) jaarrekening van Stichting BVE Oost-Gelderland en bekostigingsgegevens. Het college van bestuur en de raad van toezicht worden geïnformeerd over de belangrijkste aandachtgebieden en bevindingen in de controle.

Organisatie brede risicoanalyse 2014

In het jaar 2014 is met een brede delegatie uit de organisatie (college van bestuur, sectordirecteuren, diensthoofden, opleidingsmanagers, sectormanagers en docenten) nagedacht over interne en externe risico’s. In dit kader heeft het college van bestuur een externe partij gevraagd om een workshop risicomanagement te verzorgen waarin op basis van onderkende risico’s wegingen worden toegekend om vervolgens een eerste aanzet te geven omtrent beheersmaatregelen. Dit is een extra bouwsteen voor het door ontwikkelen van risicomanagement binnen het
Graafschap College.

Ten behoeve van de risicoanalyse zijn de volgende stappen doorlopen:

  • Voorbereiding voor de workshop. In de voorbereiding is in overleg met het college van bestuur en het hoofd van de dienst Financiën en control het risicoregister opgesteld en gevalideerd. Hierbij zijn de strategische doelstellingen als uitgangspunt genomen. Het risicoregister bevat alleen die risico categorieën die de realisatie van de strategie van het Graafschap College kunnen bedreigen.
  • Plenaire risicoanalyse workshop. Het doel van de plenaire workshop is om tot een risico profiel te komen voor het Graafschap College. Voor de categorieën uit het risico register zijn de deelnemers gevraagd individueel te stemmen op kans en impact.
  • Plenaire terugkoppeling van de resultaten. De resultaten zijn in januari 2015 gepresenteerd aan alle deelnemers. Tijdens deze terugkoppeling zijn voornamelijk de top 6 risico’s besproken.

Tijdens de plenaire workshop is door de deelnemers gestemd op de kans dat een risico zich voordoet in de komende vijf jaar en de impact wanneer het risico zich voordoet. In de tabel zijn de gemiddelde scores opgenomen van alle deelnemers. Voor zowel het wegen van de kans als van de impact is een 5-punts schaal gehanteerd. Bij de kans betekent een score van 1 hoogst onwaarschijnlijk en een score van 5 bijna zeker. Bij de impact betekent een score van 1 insignificant en een score van 5 betekent kritisch.

Top 6 risicoanalyse Graafschap College
Rank Risico Kans Impact Kans x impact
gemiddeld gemiddeld gemiddeld
1 Politieke afhankelijkheid (landelijk en regionaal) 3,8 4,0 14,8
2 Personeelsformatie 3,3 3,9 12,7
3 Reputatie / imago 3,3 3,7 12,0
4 Organisatie inrichting 3,3 3,5 11,4
5 Kwaliteit van medewerkers 3,0 3,9 11,4
6 Interne communicatie 3,3 3,4 11,2

Project risicomanagement 2017

Om het interne risicobeheersings- en controlesysteem verder uit te bouwen en te complementeren heeft het college van bestuur aangegeven een vervolg te willen geven aan het in 2014 uitgevoerde risicomanagementtraject. Er is behoefte aan een actualisatie van de belangrijkste risico’s voor het Graafschap College, het verbinden van acties hieraan en het inbedden van risicomanagement in de planning- en controlcyclus. Naar aanleiding daarvan is het college van bestuur voornemens een (vervolg)traject te starten waarin een nog nader te bepalen medewerkers uit diverse geledingen uit de
organisatie betrokken zullen worden, zodat bij de betrokkenen (nog) meer bewustzijn omtrent risicomanagement wordt gecreëerd. Het college van bestuur zal een externe partij vragen om hierbij te ondersteunen.

De twee belangrijkste doelstellingen zijn:

  • Het krijgen van inzicht in de gebeurtenissen die het realiseren van de tactische en strategische doelstellingen van het
    Graafschap College kunnen beïnvloeden.
  • Het op hoofdlijnen definiëren van acties voor de belangrijkste risico’s om een handvat te bieden om deze risico’s te
    gaan beheersen.

Risico’s en onzekerheden 2017

In het algemeen kan worden gesteld dat de algemene reserve van het Graafschap College van voldoende omvang is om eventuele tegenvallers in de toekomst op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen bedraagt ultimo 2016 circa 90% en ligt daarmee ruimschoots boven de norm van 40%, welk percentage als ruim voldoende wordt gezien. Niettemin worden de volgende risico’s en onzekerheden onderkend in de begroting 2017 met een meer financiële impact:

Resultaatafhankelijke budget kwaliteitsafspraken mbo

De beschikbare middelen op grond van de regeling kwaliteitsafspraken mbo bestaan uit een investeringsbudget en een resultaatafhankelijk budget. In totaal is voor deze regeling een macrobudget beschikbaar voor de jaren 2015 tot en met 2018 van circa € 400 miljoen per jaar, waarvan ongeveer € 200 miljoen voor het resultaatafhankelijke deel.

In tegenstelling tot het (vaste) investeringsbudget is het resultaatafhankelijke budget een variabel budget dat jaarlijks achteraf wordt vastgesteld en uitgekeerd. Op basis van het aandeel van het Graafschap College in het landelijk budget s jaarlijks maximaal circa € 3,6 miljoen (€ 200 miljoen x 1,80%) beschikbaar. Theoretisch gezien kan dit variabele budget echter uitkomen op nihil indien niet wordt voldaan aan de vooraf vastgestelde normen.

Voor het prestatieafhankelijke deel van de kwaliteitsafspraken is in de begroting 2017 voorzichtigheidshalve 50% opgenomen van het maximaal beschikbare bedrag. Dit betekent een bedrag van ongeveer € 1,8 miljoen. De werkelijke prestatieafhankelijke bijdrage kan, ondanks of ten gevolge van de gehanteerde voorzichtigheid van 50%, fors afwijken van het begrote bedrag.

Volledigheidshalve wordt nog vermeld dat in de begroting voor 2017 een bedrag aan prestatieafhankelijk budget staat opgenomen van circa € 2,8 miljoen. Dit is de som van het hiervoor genoemde bedrag van € 1,8 miljoen en een hoger dan begroot bedrag aan ontvangen (prestatieafhankelijke) studiewaarde in 2016 van € 1,0 miljoen dat is doorgeschoven naar (de begroting van) het boekjaar 2017.

Nettoresultaat van nihil

In het financieel beleidsplan staat beschreven dat gestreefd wordt naar een rentabiliteit (nettoresultaat) van circa 2% van de totale baten van de Graafschap Groep.

Het college van bestuur is bevoegd om af te wijken van het gewenste nettoresultaat, indien de onverkorte toepassing tot niet aanvaardbare gevolgen met onevenredige nadelen zou leiden. Voor het begrotingsjaar 2017 maakt het college van bestuur gebruik van deze hardheidsclausule door het nettoresultaat voor het jaar 2017 op nihil te stellen om op deze manier een overgangsregeling te kunnen bieden voor het nieuwe allocatiemodel en extra middelen te kunnen toekennen aan de sectoren in verband met (personele) verplichtingen op grond van het formatieplan 2016-2017.

Ondanks dat de begroting 2017 met de nodige zorgvuldigheid is samengesteld kunnen er zich in de loop van het jaar onverwachte situaties voordoen waarmee onvoorziene lasten zijn gemoeid. Dit kan er toe leiden dat de exploitatie over het jaar 2017 negatief uitkomt. Het college van bestuur zal echter aan de hand van periodieke managementrapportages de voortgang van de begroting 2017 monitoren en daar waar nodig bijsturen om een verlies over 2017 te voorkomen.

Verwachtingen voor 2018 en volgende jaren

Ontwikkeling macrobudget

Voor de jaren 2018 tot en met 2021 moet rekening worden gehouden met een korting op het macrobudget van ongeveer € 75 miljoen tot € 100 miljoen. Deze bezuiniging wordt grotendeels veroorzaakt door enerzijds de verdere oploop van de taakstelling ‘macrodoelmatigheid in het mbo’ en anderzijds een taakstelling op de OCW-begroting, waar ook de mbo-sector een bijdrage aan moet leveren. Uitgaande van een aandeel van circa 1,8% betekent dit voor het Graafschap College een lagere rijksbijdrage voor de komende jaren van circa € 1,3 miljoen tot € 1,8 miljoen.

Marktaandeel Graafschap College in het macrobudget

Op basis van de (voorlopige) terugmelding van bekostigingsgrondslagen voor deelnemers en diploma’s over het jaar 2016 van het Ministerie van OCW is de verwachting dat het aandeel voor het jaar 2018 daalt naar ruim 1,79% voor het mbo onderwijs. Rekening houdend met een macrobudget (hoofdbudget en kwaliteitsafspraken) van ruim € 3,6 miljard betekent de afname van het marktaandeel van circa 1,83% naar ruim 1,79% een lagere rijksbijdrage voor het Graafschap College in 2018 van ongeveer € 1,3 miljoen.

In verband met demografische ontwikkelingen moet voor de komende jaren rekening worden gehouden met een verdere afname van het marktaandeel.

Kwaliteitsafspraken mbo

Op grond van informatie op de website van het ministerie van OCW, www.kwaliteitsafsprakenmbo.nl, mag worden verondersteld dat de beschikbare middelen in het kader van de kwaliteitsafspraken structureel beschikbaar zijn (onder voorbehoud van goedkeuring door de begrotingswetgever). Op basis van een evaluatie besluit het ministerie van OCW hoe de middelen na 2018 worden ingezet. Het is nog onduidelijk wat de hoogte van de beschikbare bedragen vanaf 2019 zullen zijn en de wijze waarop de middelen verantwoord moeten worden.

Ontwikkeling pensioenpremie

Door de verslechterde dekkingsgraad en de lagere rendementen heeft ambtenaren- en lerarenfonds ABP de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen met ingang van 1 januari 2017 verhoogd van 18,8% naar 21,1%, als eerste stap op weg naar een structureel hoger premieniveau. Dit betekent dat in de komende jaren rekening gehouden moet worden met een verdere stijging van de premie waarvan 70% voor rekening van de werkgever komt.

Onzeker is enerzijds hoeveel de pensioenpremie de komende jaren zal stijgen en anderzijds in hoeverre de overheid deze toename van de loonkosten zal compenseren.

Educatie en inburgering

In 2016 heeft de gemeente Doetinchem de volwasseneducatie voor de regio Achterhoek aanbesteed voor een periode van 3,5 jaar vanaf juli 2016. De opdracht is gegund aan het Graafschap College. Over de inzet en de verantwoording van de educatiegelden moeten nog definitieve afspraken worden gemaakt. De volwasseneneducatie wordt vanaf 2017, gelijk aan de inburgering, volledig gezien als private activiteiten in het verlengde van de publieke taak. Voor de begroting 2017 is een bedrag aan educatiegelden opgenomen van circa € 550.000.

Voor inburgering is al vanaf het jaar 2008 sprake van marktwerking. De gemiddelde omzet voor deze trajecten was in de jaren tot en met 2014 ongeveer € 0,5 miljoen per jaar. Door de grote instroom van ‘nieuwkomers’ in de afgelopen jaren is de omzet voor inburgeringstrajecten navenant gestegen. Voor het jaar 2017 is een bedrag opgenomen in de begroting van bijna € 1,9 miljoen.

Zoals gezegd geldt voor zowel de educatie als voor de inburgering dat er sprake is van marktwerking met een grotere mate van onzekerheid. Met name bij de inburgering moet er voor de komende jaren rekening mee worden gehouden dat de instroom van nieuwkomers weer zal afnemen en de omzet gaat dalen naar een niveau van omstreeks € 0,5 miljoen per jaar. Dit zou een forse daling ten opzichte van 2017 betekenen van € 1,4 miljoen.

Nettoresultaat conform financieel beleid

Zoals hiervoor beschreven heeft het college van bestuur voor het begrotingsjaar 2017 besloten om het nettoresultaat op nihil te stellen. Niet alleen de hardheidsclausule in het financieel beleid maar zeker ook het hoge nettoresultaat in de jaren 2013 tot en met 2015 rechtvaardigen dit besluit.

Indien het Graafschap College zich in de komende jaren weer gaat conformeren aan het financieel beleid, dient er ten opzichte van de begroting van 2017, maar ook ten opzichte van de meerjarenbegroting 2017-2021, in de komende jaren (aanvullende) ombuigingen (hogere baten en/of lagere lasten) te worden doorgevoerd van circa € 1,4 miljoen om weer op het gewenste resultaat van ongeveer 2% uit te komen.