Subsidieregelingen OCW

Naast de (normatieve) rijksbijdrage ontvangt het Graafschap College overige subsidies van het ministerie van OCW. De overige subsidies bestaan enerzijds uit een vergoeding in verband met wachtgelduitkeringen en anderzijds uit doelsubsidies.

Regeling kwaliteitsafspraken mbo

Het doel van de kwaliteitsafspraken is de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren door instellingen te stimuleren in hun onderwijs te investeren en hen te prikkelen elke leerling naar een passend diploma te begeleiden. De kwaliteitsafspraken mbo starten met een eerste periode van vier jaar, waarin extra wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs, meetbare resultaten worden beloond op het gebied van voortijdig schoolverlaten, studiesucces en kwaliteit van (de begeleiding van) de beroepspraktijkvorming (bpv).

Het Graafschap College heeft in 2015 voor de kalenderjaren 2015 tot en met 2018 een (integraal) kwaliteitsplan en een excellentieplan ingediend bij het ministerie van OCW. Beide plannen zijn goedgekeurd. De beschikbare middelen op grond van de regeling kwaliteitsafspraken mbo bestaan uit een investeringsbudget en een resultaatafhankelijk budget.

Voor het kalenderjaar 2016 is het investeringsbudget ongeveer € 180 miljoen, waarvan € 24 miljoen is bedoeld voor het thema excellentie.

Het investeringsbudget wordt aan de onderwijsinstellingen verstrekt ten behoeve van het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs van de instelling, in het bijzonder ten behoeve van de thema’s:

  • Professionalisering;
  • Intensivering van het taal- en rekenonderwijs;
  • Terugdringen van voortijdig schoolverlaten;
  • Bevorderen van de kwaliteit van de beroepspraktijkvorming;
  • Stimuleren van excellentie;
  • Verbeteren van studiesucces.

Het resultaatafhankelijke deel (in 2015 alleen nog vsv) is in 2016 uitgebreid met het thema studiewaarde. Hiervoor is in 2016 een bedrag van € 99 miljoen beschikbaar gesteld. Vanaf 2017 is voor het resultaatafhankelijke budget ongeveer € 58 miljoen extra gereserveerd voor het verbeteren van de kwaliteit van de bpv. In totaal is voor 2017 en 2018 circa € 163 miljoen gereserveerd (exclusief het resultaatafhankelijke vsv-budget van € 36,5 miljoen).

Voor het jaar 2018 wordt de definitieve bedrag voor zowel het investeringsbudget als het resultaatafhankelijke budget bekend gemaakt in de Staatscourant.

Regeling intensivering Nederlandse taal en rekenen mbo

Deze regeling is bedoeld om de instellingen een aanvullende bekostiging te verstrekken voor de intensivering van het taal- en rekenonderwijs in het mbo. Deze intensivering moet erop gericht zijn om structureel een verhoging van de taal- en rekenvaardigheden te realiseren van de deelnemers.

De aanvullende bekostiging moet worden besteed aan één of meer van de volgende activiteiten:

  • Aanpassingen in de didactiek en pedagogiek van de beroepsopleidingen met het oog op de intensivering van het
    taal- en rekenonderwijs;
  • Toetsing van deelnemers;
  • Extra onderwijstijd;
  • Nieuwe of aangepaste faciliteiten;
  • Professionalisering van docenten en overige functionarissen op het gebied van taal- en rekenonderwijs;
  • Andere activiteiten die gericht zijn op intensivering van taal- en rekenonderwijs.

Deze (afzonderlijke) regeling voor taal en rekenen is met ingang van 1 januari 2015 ingetrokken omdat het intensiveren van taal- en rekenonderwijs één van de thema’s is uit de Regeling kwaliteitsafspraken mbo.

Regeling aanvullende bekostiging bekwaamheid van management en professionalisering onderwijspersoneel mbo

Professionalisering in het mbo staat de komende jaren in de schijnwerpers. Op 22 november 2011 ondertekenden de voorzitter van de MBO Raad namens de leden (instellingen) en de staatssecretaris van het ministerie van OCW het ‘Bestuursakkoord MBO Raad – OCW 2011-2015’. Hierin spreken MBO Raad en het ministerie de gezamenlijke ambitie uit om de professionalisering van onderwijspersoneel, management en HRM-beleid in een aantal stappen te versterken. De uitwerking en financiering van het bestuursakkoord is opgenomen in de regeling ‘Bekwaamheid management en
professionalisering onderwijspersoneel in het middelbaar beroepsonderwijs’.

De minister van OCW verstrekt vanaf 2012 aanvullende middelen aan het bevoegd gezag met als doel de uitvoering van de afspraken in het bestuursakkoord ten aanzien van:

  • Bekwaamheid van het management;
  • Professionalisering van het onderwijspersoneel;
  • Kwaliteitsverbetering HRM-beleid.

De minister van OCW verstrekt naast de hiervoor benoemde doelen vanaf kalenderjaar 2013 aanvullende middelen aan het bevoegd gezag met als doel de uitvoering van de afspraken in het bestuursakkoord ten aanzien van:

  • Professionalisering bestuur en vergroten professionele cultuur;
  • Vergroting kwaliteitsontwikkeling onderwijsteams, met aandacht voor instructeurs;
  • Versterking onderwijskundig leiderschap management.

De regeling ‘Bekwaamheid management en professionalisering onderwijspersoneel in het middelbaar beroepsonderwijs’ is met de inwerkingtreding per 1 januari 2015 van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo aan deze regeling toegevoegd.

Regeling lerarenbeurs voor scholing en zij-instroom

Deze regeling biedt leraren die reeds bevoegd zijn voor het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs en leraren in het hoger beroepsonderwijs die een opleiding op minimaal bachelor niveau hebben afgerond de mogelijkheid om aanspraak te maken op subsidie om zich verder te scholen.

De regeling bestaat uit twee gedeelten. Naast een lerarenbeurs kan er ook een subsidie worden aangevraagd voor zij-instroom. Deze subsidie heeft tot doel om professionals van buiten het onderwijs binnen de school te halen. Uit onderzoek blijkt dat zij-instromers een aanwinst zijn voor het onderwijs en na afronding van het zij-instroomtraject doorgaans ook als leraar in het onderwijs blijven werken.

Subsidieregeling schoolmaatschappelijk werk in het mbo

Op basis van deze regeling wordt subsidie verstrekt aan mbo instellingen voor schoolmaatschappelijk werk dat er op gericht is om deelnemers met psychosociale problemen die een voorspoedige schoolloopbaan in de weg staan, tijdig en professioneel te helpen of door te verwijzen naar gespecialiseerde hulp.

Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten (vsv-regiomiddelen)

Het doel van deze regeling is het verstrekken van subsidie voor het realiseren van een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters tot maximaal 25.000 in het kalenderjaar 2016. De subsidie wordt verstrekt aan de contactscholen ten behoeve van de RMC-regio’s om de aanpak van vsv in de regio zoals die de afgelopen jaren door onderwijsinstellingen en (contact)gemeenten is opgezet voort te zetten en verder uit te bouwen.

Het ‘regionaal programma voortijdig schoolverlaten’ is een bundeling van voormalige ‘vsv-onderwijsprogramma’s’ (als bedoeld in de Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten) en de subsidie ‘plusvoorzieningen voor overbelaste jongeren’ (als bedoeld in de Tijdelijke subsidieregeling plusvoorzieningen overbelaste jongeren). Voor deze bundeling is gekozen op grond van overwegingen van inhoudelijke aard.

De subsidie voor het regionaal programma wordt op aanvraag verstrekt aan de contactschool ten behoeve van de hele RMC-regio. Hieraan ligt een regionale analyse ten grondslag. In alle 39 RMC-regio’s zullen onderwijsinstellingen en gemeenten samen tot een regionaal programma voortijdig schoolverlaten moeten komen. Dat volgt uit het feit dat het formulier voor de subsidieaanvraag zowel door de contactschool als de betreffende RMC-contactgemeente dient te worden ondertekend.

Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten (Regeling prestatiebox mbo)

Het kabinet heeft de doelstelling voor het tegengaan van voortijdige schooluitval aangescherpt. Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters mag in 2016 maximaal 25.000 zijn. Om individuele mbo-instellingen te ondersteunen in hun bijdrage aan het behalen van deze doelstelling wordt een aanvullende vergoeding op de bekostiging ter beschikking gesteld. Deze prestatiesubsidie is met name bedoeld voor het versterken van schoolinterne processen gericht op vermindering van voortijdig schoolverlaten, zoals verzuimbeleid, loopbaanbegeleiding, ouderbetrokkenheid, etc.

Voor het toekennen van prestatiesubsidies wordt voortaan gekeken naar het percentage nieuwe vsv’ers van een instelling (aantal nieuwe vsv’ers ten opzichte van het aantal bekostigde deelnemers tot 22 jaar). Deze procentuele vsv-norm doet meer recht aan onderwijsinstellingen die krimpen of juist groeien dan de bestaande norm, die was gebaseerd op de vermindering van het aantal vsv’ers ten opzichte van het peiljaar 2005-2006. De procentuele norm beloont bovendien ook instellingen die in het verleden al goed presteerden en nu een laag uitval niveau hebben.

Een onderwijsinstelling kan alleen in aanmerking komen voor een aanvullende vergoeding op de bekostiging op grond van deze regeling als het bevoegd gezag minimaal één convenant heeft ondertekend. De aanvullende vergoeding op de bekostiging wordt voor een kalenderjaar verstrekt en bestaat uit een vast en een variabel bedrag. Het vaste bedrag wordt jaarlijks in de maand oktober voorafgaand aan het kalenderjaar betaald. Het variabel bedrag wordt jaarlijks volgend op het desbetreffende kalenderjaar betaald waarvoor het is bedoeld. Voor kalenderjaar 2016 bijvoorbeeld vindt de betaling van het vast bedrag plaats in oktober 2015; de betaling van het variabel bedrag in oktober 2017 mits één of meer procentuele normen worden gehaald.

De vaste component is relatief laag ten opzichte van de variabele component. Hiervoor is gekozen om mbo-instellingen maximaal te prikkelen om het aantal voortijdig schoolverlaters te verminderen. De vsv-prestatiemiddelen worden vanaf 2016-2017 onder de Regeling Kwaliteitsafspraken mbo gebracht, waardoor de eerste betaling van resultaatafhankelijke beloning voor vsv op grond van de Regeling kwaliteitsafspraken plaatsvindt
in 2018.

Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen

Het doel van deze regeling is de samenwerking tussen lerarenopleidingen en scholen versterken. Het gaat hierbij om algemene samenwerking en de samenwerking in belangrijke onderwijsthema’s zoals omgaan met verschillen (inclusief toptalenten), opbrengstgericht werken, begeleiding van beginnende leraren, ouderbetrokkenheid en pesten. Door een betere aansluiting tussen lerarenopleiding en scholen kunnen startende leraren in de praktijk effectiever zijn. Een betere aansluiting voorkomt ook onnodige uitval onder de starters.